In 2023 schreven we al over de verplichte AOV voor ZZP’ers. De boodschap: wacht niet op de wet, maar bepaal zelf hoe je arbeidsongeschiktheid opvangt. Nu, 3 jaar, later zijn de plannen concreter, maar is de conclusie onveranderd.
De afgelopen jaren verkeerden veel ZZP’ers in onzekerheid. Er was discussie over schijnzelfstandigheid, ondernemerschap en een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. In dat bredere ZZP-dossier kiest de overheid niet alleen voor scherpere afbakening van ondernemerschap, maar ook voor inkomensbescherming bij ziekte. De Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid (BAZ) is daarvan het meest concrete voorbeeld, maar concreet is niet hetzelfde als zeker.
Invoering in 2030?
Het wetsvoorstel voor de BAZ ligt inmiddels bij de Tweede Kamer. De hoofdlijnen zijn bekend. In de memorie van toelichting wordt gerekend met 5,4% premie over de winst, tot ongeveer €171 bruto per maand. Een latere uitvoeringstoets noemt 5,7%. De premie ligt dus nog niet definitief vast. De uitkering bedraagt 70% van het oude inkomen, tot maximaal het wettelijk minimumloon, en loopt tot de AOW-leeftijd.
Ook de invoeringsdatum is onzeker. Uit Kamerstukken blijkt dat 1 januari 2030 alleen haalbaar is onder voorwaarden. De Belastingdienst moet mensen kunnen werven, regels voor opt-out en franchise mogen niet blijven schuiven en de ICT-planning mag niet worden doorkruist. Eind 2027 volgt daarom opnieuw een toets.
Veel Kamervragen over BAZ
Het commissieverslag van 29 mei 2026 onderstreept dat er nog een lange weg te gaan is. De vaste Kamercommissie acht de behandeling voldoende voorbereid, maar alleen als de regering de vragen afdoende beantwoordt. Die gaan onder meer over uitvoerbaarheid door UWV en Belastingdienst, de wachttijd, uitkering, premie, opt-out, draagvlak en de vraag of de BAZ echt betere bescherming biedt.
Daarmee is de BAZ geen afgeronde regeling, maar een wetsvoorstel waar nog stevig aan getrokken wordt. Dat maakt het voor jou als ZZP’er onverstandig om je financiële planning erop te baseren.
Voor wie geldt de BAZ?
De regeling is bedoeld voor IB-ondernemers: zelfstandigen met winst uit onderneming, óók als zij personeel hebben. Ondernemers met een BV (DGA’s) vallen er niet onder. Heb je al een passende private arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan kun je naar verwachting buiten de publieke basisverzekering blijven (opt-out). Een schenkkring geldt niet als alternatief. Die kan helpen om de eerste periode van ziekte te overbruggen, maar levert in de huidige plannen geen vrijstelling van de BAZ op.
De BAZ is nog geen zekerheid, maar je loopt nu al het risico op arbeidsongeschiktheid
Probleem is de wachttijd
Het belangrijkste onderdeel van de BAZ is niet de premie, maar de wachttijd: 104 weken. Als je arbeidsongeschikt raakt, moet je in de huidige opzet de eerste 2 ziektejaren zelf financieel overbruggen. Dat kan met spaargeld, partnerinkomen, een schenkkring, een eigen AOV of een combinatie daarvan. Zonder eigen voorziening is er in die eerste 2 jaar geen vangnet.
Daarom is de gedachte ‘ik wacht wel tot de verplichte verzekering er is’ gevaarlijk. Wie vóór invoering uitvalt, kan voor die arbeidsongeschiktheid niet alsnog op de BAZ rekenen. Zelfs als de BAZ straks wél bestaat, lost die jouw directe kwetsbaarheid in die eerste 2 jaar niet op.
Kwetsbare zelfstandigen
Dat beeld past bij onderzoek van het Centraal Planbureau. Werknemers blijken gemiddeld beter beschermd, onder meer door loondoorbetaling bij ziekte. Zelfstandigen moeten het vaker zelf oplossen. Bij volledig verlies van inkomen heeft 12,6% van de huishoudens met een zelfstandige als hoofdkostwinner minder dan 1 jaar voldoende buffer. Juist voor die groep is afwachten geen optie.
60% heeft wat geregeld
Dat ondernemers het risico niet negeren, blijkt ook uit actueel onderzoek van ZZP Nederland. 2 op de 3 ondervraagde ZZP’ers zijn tegen de voorgestelde BAZ. Maar dat betekent niet dat zij hun verantwoordelijkheid niet nemen. Van de onderzochte ondernemers heeft 58,7% iets geregeld op een manier die past bij hún situatie. Denk aan een reguliere AOV, een eigen buffer, een broodfonds en een schenkkring.
Wat nu te doen?
Begin met een eerlijke stresstest. Hoe lang kun jij je hypotheek of huur, energie, boodschappen, verzekeringen en andere vaste lasten betalen als je inkomen volgende maand wegvalt? Reken met je werkelijke uitgaven, buffer en wat je eventuele partner kan opvangen.
Daarna bepaal je hoe je het risico wilt afdekken. Voor de korte termijn kan een schenkkring logisch zijn, juist omdat de eerste 2 jaar de zwakke plek vormen in het publieke voorstel. Weet je dat je geen 24 maanden kunt overbruggen, wacht dan niet. Wil je langdurige zekerheid, of heb je meer nodig dan het minimumloon, kijk dan ook zeker naar een volledige AOV.
Conclusie
Sinds mijn artikel uit 2023 is de naam veranderd, zijn de bedragen aangepast en is de wachttijd zelfs langer geworden. Maar de kern is niet veranderd: arbeidsongeschiktheid is geen toekomstig wetgevingsprobleem, maar een risico van vandaag. De richting is duidelijk. Er wordt gewerkt aan een publiek vangnet voor zelfstandigen. Maar de uitvoering is complex, 2030 is voorwaardelijk en de parlementaire behandeling loopt nog. Voor jou verandert daardoor vooral 1 ding niet: je moet nu al bepalen hoe jij de eerste kwetsbare periode opvangt. Met spaargeld, een schenkkring, een volledige AOV of een combinatie daarvan. Niets regelen, in de hoop dat de overheid het later oplost, blijft waarschijnlijk de duurste keuze.
[Bron Financieel planner Oskar Barendse CFP® RLP]
| 3 fouten die ZZP’ers nú maken
1. Denken dat het binnenkort 2030 is De BAZ is nog lang niet definitief en jouw arbeidsongeschiktheidsrisico bestaat vandaag al. 2. Denken dat de BAZ straks alles oplost De wachttijd is 2 jaar en de uitkering is begrensd tot het minimumloon: €28.044 bruto per jaar (op 1 juli 2026). 3. Niets regelen voor de tussenliggende periode Juist daar zit het grootste gat. Regel je buffer, schenkkring, AOV of een combinatie daarvan |